Veur de Preek: Zuiderveld Sleen 2017

Enkele weken geleden waren we in Libanon, in de hoofdstad. Onderweg naar het Social Action Committee (een maatschappelijke hulporganisatie) keken mijn vrouw en ik onze ogen uit: Beiroet, het verkeer is er chaotisch. Een stad met twee miljoen inwoners: Extreem rijke mensen en straatarme mensen, mensen die er geboren zijn en mensen die ernaartoe gevlucht zijn. Van de laatste groep zouden we twee gezinnen bezoeken, vluchtelingen uit Syrië. Taline, een jonge maatschappelijk werker, begeleidde ons en was meteen onze tolk. De vluchtelingen wonen in de armste wijk van Beiroet, complete gezinnen, gebroken gezinnen, alleenstaanden, in kamers, appartementen, onvoorstelbaar sfeerloos, aan alles gebrek.

We kwamen bij het eerste gezin en stapten een appartement binnen waar zes mensen wonen. Een smalle kamer met oud meubilair, een slaapkamer voor zes mensen, een mini-keuken. Op de bank zat een meisje van veertien. Met toestemming van moeder mag ik u iets over haar dochter vertellen: Twee jaar geleden stond ze voor haar huis ergens in een stad in Syrië. Twee mannen op een motor stopten, pakten haar vast, wilden haar ontvoeren. Jonge meisjes waren niet veilig, want IS strijders wilden seksslavinnen, liefst maagden, om hun bordelen te bevolken. Met onvoorstelbare moed sprongen de buren voor de motor en rukten het meisje uit de armen van haar ontvoerders. Dagen heeft ze niet kunnen spreken en tot op vandaag durft ze niet alleen naar buiten, wij kregen een verlegen glimlach…

In een ander huis spraken we met een moeder die haar gehandicapte zoon en oude moeder verzorgt. We werden ontvangen in de huiskamer van zo’n 16 m². Onze garage is gezelliger. Via Taline vroeg ik haar hoe ze op de been bleef. Ze antwoordde in het Arabisch en wees naar boven en zei dat God haar hoop gaf. Taline knikte en zei tegen ons dat hoop is wat ze als maatschappelijk werker hier wil zaaien, werkend te midden van duizenden vluchtelingen, die nauwelijks leefruimte hebben, geen toekomst, mensen met littekens op hun lichaam én ziel, verwoeste levens. In haar kantoortje hangen de woorden uit Rom. 5: ‘And hope does not dissapoint us’. En de hoop stelt niet teleur… Taline, een zaaier op een woeste akker vol rotsen, die van God heeft begrepen wat het is naar andere mensen om te zien…

Veel mensen kunnen zich de plaat van de zaaier wel voor ogen halen, die vroeger in vrijwel iedere christelijke school hing. Of misschien herinnert u zich het beeld van uw vader of grootvader, die zo het zaad over zijn land uitstrooide, lopend met een bak op zijn buik, terwijl hij met van die brede bewegingen, een zwaaiende arm het zaad uitstrooide in het geloof, dat het zaad in goede aarde zou vallen en ontkiemen. Want de zaaier en het zaad horen bij elkaar, zoals het zaad hoort bij woorden als uitstrooien, ontkiemen, groeien, oogsten, bemoedigen, hoop geven… Ja, de gelijkenis van het zaad in de Bijbel gaat ook over ons, want wij zaaien allemaal, niet alleen op onze akker of in onze moestuin, maar ook in onze relatie, ons huwelijk, in ons gezin, als vader en moeder, als opa of oma, in onze buurt, op ons werk…

Zaaien gebeurt met een ruim gebaar: Dat ruime zaaien houdt in, dat er ook zaad terecht komt op plaatsen, waar het niet lijkt te willen ontkiemen. Dat zijn wellicht onze teleurstellingen, onze tegenslagen, de zorgen, het verdriet om een gemis. Daar gaat het ook in de gelijkenis van de zaaier over: Op de kleine stukjes land in Israël, kon het niet anders, of het zaad viel niet alleen op de akker, maar ook op de paden ernaast. We weten ook wel dat een handje zaad op zichzelf nog niets is. Maar, als het zaad zich met de aarde verbindt, vernieuwt de aarde, het wordt een nieuwe werkelijkheid, nieuw leven…

Taline in Beiroet, een ontmoeting met een jonge vrouw die we niet vergeten. Een ‘kleine’ zaaier op een onvoorstelbaar getraumatiseerde akker, waar ze met ruime gebaren hoop uitstrooit. Het was voor ons een dag met indrukken die ons voor altijd bijblijven. En, het verhaal over de zaaier kwam voor ons ineens heel dichtbij…