Veur de Preek

Enkele weken geleden zat ik op het Centraal Station in Amsterdam, in café ‘Het Balkon’, een leuke zaak op perron 1. Vanuit het café kijk je zo in de drukke stationshal. Ik keek naar de duizenden mensen die naar de treinen liepen of holden, Wat mooi toch, dacht ik, dat God al die mensen kent: Nederlandse mensen, buitenlandse mensen, blanke mensen, donkere mensen.
In de stationshal zag ik een jonge vrouw zitten met een slapend kindje in haar schoot. Ze hield steeds haar hand op als iemand naar haar keek. Maar nie-mand keek naar haar en deed wat in haar bekertje. Waar zou ze nu wonen?
Zou God haar nu ook kennen, weten waar ze vandaan komt, wat haar is over-komen, wat ze heeft opgegeven, achtergelaten? Verhalen over moordpartijen en verkrachte vrouwen schoten door mijn hoofd.
Is dit nu een mens voor wie we ’s zondags in de kerk bidden als we voor vreemdelingen en vluchtelingen bidden?
Na de koffie liep ik op mijn gemak over het perron naar de uitgang.
Ik zag een dubbeldekker die zich in beweging zette.
Ik keek naar de draden boven de trein.
Wat moet daar veel stroom doorkomen of zeg je dat niet zo?
De lange trein met honderden mensen reed het station uit.
Alsof er een grote locomotief voorstond, maar dat was niet zo.
Het leek of de trein uit zichzelf in beweging kwam, maar dat kon natuurlijk niet.
Ik moest denken aan een oude dominee die in een tentsamenkomst in Rotter-dam met Pinksteren aan de mensen vroeg: “Voelt u de Geest in uw rug?
De Geest duwt u vooruit, geeft u geloof en vertrouwen!”
De Geest wat moet daar een stroom uitkomen, een kracht, je ziet Hem niet, maar je voelt Hem wel, alsof je soms vanzelf kunt bewegen.
Maar, waar zit Zijn stroom nu?
Het lijkt soms wel of zo’n hele trein gevuld is met energie, warmte, beweging.
En, dat is nu precies wat er letterlijk in de Bijbel staat.
De leerlingen en al die andere mensen gaan met Pinksteren bewegen,
net als die trein, worden gevuld met stroom, met adem.
Gods Adem, de Heilige Geest!
En door die Geest durven ze te gaan vertellen, te preken,
over wat God met hen heeft gedaan.
En, als ze dan vertellen, zien de mensen een vlam op hun hoofden,
die vlam beweegt, steekt aan, verspreidt: een lopend vuur.
Mensen vinden God, bekeren zich, veranderen hun leven…
En, zoals de trein niet kan rijden zonder stroom,
zonder dat er contact en verbinding is met de bovenleiding,
zo kunnen ook wij niet leven,
wanneer we geen contact hebben met de leiding van Boven.
Door dat contact, die verbinding, komen we als het ware onder stroom te staan, kunnen we leven, geloven, vertrouwen, door Gods Geest.
Het is een cadeau van God!
Ik had met mijn Pinkstergedachten de uitgang van de stationshal bereikt.
Voor ik het wist stond ik op het stationsplein
en bedacht me ineens dat ik die bedelende vrouw voorbijgelopen was,
haar niet eens had opgemerkt, laat staan haar iets gegeven.
Beschaamd liep ik snel terug. “De Geest duwt u vooruit.”,
de woorden van de oude dominee schoten door mijn hoofd.
De vrouw en haar kindje zaten nog op dezelfde plaats.
Ik liep naar hen toe. Het bekertje was bijna leeg.
De vrouw keek me met twee grote bruine ogen vanonder haar hoofddoek aan. Het kindje lag op haar dijbeen te slapen. Ik deed wat in haar bekertje. Ze knik-te en ik dacht dat ze zei: “Thank you!”
Buiten voelde ik een paar druppels regen en ik dacht aan een oud versje:

Heer, ik hoor van rijke zegen
die Gij uitstort keer op keer,
laat ook van die milde regen,
dropp’len vallen op mij neer,
ook op mij, ook op haar…