Veur de Preek

Toen mijn dochter 4 jaar was, 24 jaar geleden, was het voor haar een feest met papa op stap te gaan. In mijn gemeente was een verpleeghuis en wanneer ik daar op bezoek ging, liep ze over de zaal en ging alle bewoners een hand geven.

Nou, dat vonden die bewoners prachtig! En als ze dan weer bij mij kwam, had ze haar handjes vol pepermuntjes, dropjes en chocolaatjes. Dat waren voor haar hele schatten, Die ze stevig vasthield en ik maar hopen dat ze haar handjes niet aan mijn broek zou afvegen.

Bij de ingang van het verpleeghuis was een winkeltje. En mijn dochtertje wilde er altijd even naar binnen. Want, daar kon je ijsjes kopen. Ze wist precies wélk ijsje zij wilde hebben: een schatkistje! Een schatkistje met chocolade- en vanille-ijs én een verrassing in de bodem van de schatkist. Vaak een plastic poppetje of een klein autootje. Mijn kleine schat is inmiddels 20 jaar ouder!

Jezus vertelde eens een verhaal over Gods nieuwe wereld die lijkt op een schat die verstopt is in de grond (Matt. 13: 44-46). Op een dag vindt een man de schat. Hij is heel blij, toch verstopt hij de schat weer in de grond. Dan verkoopt hij alles wat hij heeft. En van het geld koopt hij het stuk land waar de schat verstopt is.

We stellen ons vanmorgen even voor dat we op het land zijn, op zoek naar een schat: – het is zo’n 40 – 50 jaar geleden – en we zien een boer die achter de ploeg loopt, getrokken door een mooi sterk paard. Sommigen onder ons zien zichzelf nog lopen of hun vader of opa. Neen, de boer zit niet op een trekker, die met veel lawaai de grond openscheurt. Hij loopt achter de ploeg, rustig het ritme van zijn paard volgend. Wat zal er door hem heen gaan, de boer die zo met zijn akker verbonden is? Denkt hij aan zijn gezin, zijn vrouw en kinderen? Aan zijn land, wat hij moet zaaien, wat hij zal oogsten? Ondertussen trekt hij rechte voren, een prachtig gezicht. Zoals hij bezig is op zijn land, zo wil hij ook leven, liefhebben, er zijn: met open vizier, rechtuit, rechte voren. Zo kennen de mensen hem. Het is een beeld waar we wellicht nog eens naar verlangen, omdat ons leven zo gejaagd is, zo oppervlakkig, steeds grotere trekkers, steeds sneller, steeds meer mechanische paardenkrachten en rechte voren trekken in deze tijd valt niet mee.

Als je zo bewust je akker bewerkt, de grond openscheurt, het blad van je ploeg volgend, het ritme van je paard niet forceert, dan heb je oog en hart voor wat je doet en ziet, zoals die boer, de man die voort ploegde, voor na voor, zijn paard en hij bezweet. Hij zag in het ploegen een deel van zijn levenswerk, zag in het heden, het ploegen, al iets van de toekomst: de oogst. En als je bij het ploegen op iets stoot, kun je de tijd nemen om te bukken om te kijken wat er in die voor ligt. Wat zal hij verbaasd geweest zijn toen hij ontdekte, dat hij niet zomaar iets had opgeraapt, maar een schat. En dat hij dat nu moet vinden! Maar, ’t is niet zijn akker. Hij heeft de akker gepacht….

Maar wat moet de boer nu doen? Hij wil die akker met de verborgen schat kopen. Daarvoor moet hij alles verkopen wat hij heeft. En hij verkoopt alles wat hij heeft, want hij weet: Als ik die akker koop, dan ben ik rijk. Maar, wat heeft hij dan? Wat heeft hij dan in zijn handen en in zijn hart?

Wat zijn wij vaak op zoek naar een schat. En als je hem hebt, ben je dan gelukkig? Helaas kan het zo zijn dat daarna de teleurstelling wacht. Maar in dit geval – zo leert Jezus ons – Is er geen teleurstelling, geen desillusie, maar het echte ware geluk. Die schat is het leven met God.

De boer vindt de schat niet als hij met zijn trekker overal overheen dendert.

Maar als hij achter de ploeg loopt, het ritme van zijn paard volgend, rechte voren trekt, de aarde voelt, laat de schat zich vinden. Terwijl je misschien niet eens op zoek was naar een schat – net zomin als die boer – Kan God je zomaar verrassen.