Veur de Preek

In de Bijbel is de zee een beeld dat vaak gebruikt wordt. De zee kan ons dragen en kan ons verslinden. We kunnen genieten op de kabbelende golven en we kunnen het uitschreeuwen van angst als huizenhoge golven ons dreigen te verslinden.

We maken een levensreis, een oversteek, alleen of met een partner, stappen in het huwelijksbootje en hopen dat het 12,5, 25 jaar of langer blijft drijven. Vaak lukt dat! Een edelmetalen jubileum. Een heel nageslacht op een familiefoto staat op de schoorsteen. Vaak lukt dat ook niet: schipbreuk. Geluk, gezin, dromen naar de zeebodem. Geen familiefoto. Een advocaat wordt maandenlang je partner.

We kunnen allemaal wel voorbeelden vinden van schipbreuk – ervaringen. Soms liggen we weken of maanden verkleumd op het strand, bij te komen van een barre tocht. We zouden willen dat iemand ons warmte, hoop, zin-in-morgen geeft.

In het verhaal in Marcus 4 lezen we dat Jezus met zijn ‘matrozen’ een oversteek maakt, maar op zee gaat het mis. Het bootje dreigt verslonden te worden door huizenhoge golven. De leerlingen schreeuwen het uit van angst. Jezus ligt op het achterdek te slapen alsof er niets aan de hand is. Totdat Hij wakker wordt van menselijke stemmen, die menselijkerwijs voor niemand te horen zijn door het lawaai van de storm. En dan vraagt Hij ook nog waarom zijn leerlingen bang zijn als ze het in doodsnood uitschreeuwen!

Ik kende een man, die altijd zei: “We zullen wel zien waar het schip strandt!” En daar was ik wel eens jaloers op, want het leek of hij gemakkelijk leefde, zo zonder zorgen

Hij genoot voluit van het leven, van mensen, van zijn werk, van sport en lekker eten en werd niet gehinderd door wat God of de kerk zei wat allemaal niet mocht… Tot zijn schip strandde, zoals hij dat noemde. Het huwelijksbootje liep averij op. Zijn trouwe stuurman voer haar eigen koers, geluk en trouw naar de zeebodem. Ze nam het liefste wat hij had, drie kleine matroosjes, mee… Vastgelopen kon hij geen richting bepalen, en hij kon alleen maar hopen en bidden dat iemand zijn bootje weer vlot trok.

“Wil je nog eens voor me bidden?”, schreef hij in een “alleen – op – de – wereld” brief. Eigenlijk moest hij niets van de kerk hebben, dat deed hem te veel aan vroeger denken… Maar nood leert bidden…

Veel mensen lijden schipbreuk. Omdat de storm te hevig is, de golven te hoog, de bemanning het laat afweten of gaat muiten, het bootje niet goed onderhouden is of het kompas op hol geslagen. Maar, zo hoor ik nogal eens, je kunt toch niet leven met het gevoel, de gedachte, dat je de kans loopt schipbreuk te lijden. En zeggen die mensen dan: “We zullen wel zien waar het schip strand?” Veel gedachten zijn onverdraaglijk en daar worden we niet graag aan herinnerd, ook niet op zondagmorgen. Want, dan heb je geen leven.

De zee, en vooral storm op zee, kan onze oversteek bedreigen. Het leven kan van het ene moment op het andere veranderen. Niet veel mensen zullen zo’n verandering zoeken, het overkomt je meestal.

“Waarom zijn jullie zo bang in die storm?”, vraagt Jezus aan zijn bange matrozen. En misschien bedoelde Jezus wel: “Wees maar niet bang.”

Iemand vroeg eens na een preek over de Storm op het Meer: “Als je nou eens in het verkeerde bootje zit? Jezus kan toch niet in alle bootjes zitten?”

Waar het, denk ik om gaat is, het geloof dat de grote Schipper je bootje draagt. Als je bootje dreigt te kapseizen op je levenszee, schipbreuk, golven ellende, ontrouw, wraak je overspoe­len. Dan zegt Jezus: “Het lijkt soms of ik slaap. Of ik uit beeld ben.

Maar, Ik vaar met je mee.”