Supervisie is het onder begeleiding leren door reflectie op eigen werkervaringen.
Degene die supervisie krijgt, de supervisant, leert het eigen handelen te onderzoeken op denken, voelen, handelen en willen.
Daardoor verwerft hij inzicht in het eigen handelen en kan dit duurzaam verbeteren.

Supervisie vindt plaats in een serie van minimaal 10 bijeenkomsten van 1 tot 2-5 uur, individueel of in groepen van maximaal 4 supervisanten. De supervisant bepaalt zelf welke ervaringen en vragen actueel zijn.

  • Doel: de supervisant krijgt meer inzicht in zijn handelen en kan dit duurzaam verbeteren.
  • Middel: meestal van enkele tot 10 bijeenkomsten van minimaal 1 uur, met tussenpozen van 2 à 3 weken;
  • Werkwijze: de supervisant bepaalt wat hij in de gesprekken aan de orde wil laten komen.
  • De supervisant schrijft steeds reflectieverslagen, die hij voor elke bijeenkomst inlevert. Deze verslagen worden aan het begin van ieder gesprek besproken.
    Enkele voorbeelden van onderwerpen die supervisanten kunnen aandragen zijn:
    – Het werken met cliënten
    – De omgang met collega’s
    – De eigen manier van leidinggeven of werken.
  • Vorm: supervisie kan individueel zijn, of in een groep van maximaal 4 supervisanten.