Mattheüs 26:50 Veur de Preek maart 2018

Op huisbezoek zei een man eens tegen me: “Ik heb twee wereldoorlogen meegemaakt en tweemaal de MKZ!” Een oude wijze boer, die genoeg van het leven heeft gezien, om iets over het leven te kunnen zeggen. En hij vertelde hoe hij met verbijstering zag hoe zijn zoon, die de boerderij had overgenomen, aan steeds weer nieuwe regels moest voldoen. “Zelfs een bult zand mag hij niet meer zonder papieren door de loonwerker laten verplaatsen.”, vertelde hij. Gelukkig kon hij er goed met zijn vrouw over praten. Zij deelden al meer dan 60 jaar leef en leed. Meer dan een halve eeuw hadden ze samen geboerd. En samen hadden ze genoten en alle tegenslagen in het leven overwonnen. Ze konden van elkaar op aan. Vriendschap is een hoge waarde.

Zo was het ook tussen Jezus en zijn leerlingen. Het waren vrienden en ze konden van elkaar op aan. Tot een van hen de vriendschap verraadde. Jezus had enkele jaren tevoren een paar mannen ge­roepen om hen vissers-van-mensen te maken. Daarna trokken ze zo’n drie jaar met elkaar op en dan is er een voor wie die vriendschap niet geworteld is, die de vriendschap verraaddde: Judas! Wat was er tussen Jezus en Judas veranderd? Ook met deze vriend en leerling had Jezus drie jaar lief en leed gedeeld. Voldeed Jezus niet aan Judas’ verwachtingen? Toen Judas zijn droom niet kon verwerkelijken, verraadde hij hem. Neen, hij praatte het niet uit. Zijn vriendschap maakte plaats voor haat.

In de tien jaar dat ik als dominee in de gevangenis heb gewerkt, is dat iets wat ik nooit heb kunnen be­grijpen, misschien ook niet heb willen begrijpen. Hoe kan nu toch liefde in dodelijke haat omslaan? Maar, wat ik wel heb leren begrijpen, mis­schien wel meer in de gevangenis dan daarbuiten, hoe God toch mensen vasthoudt en roept, ook haatdragende mensen.

In het oude Israël wordt het Pesach gevierd. Deze week begint het joodse feest aanstaande vrijdag. In de tijd van jezus leefde men ook naar het feest toe waar we op een dag als vandaag – Palmpasen – bij stilstaan. Het wordt druk in Jeruzalem. Daar komt Jezus aan, de mensen zwaaien met palmtakken, gooien hun klederen op de grond, een juichende menigte schreeuwt ‘Hosanna”. Iedereen lijkt blij met Jezus, de Koning op een ezel. Maar waarom kan Jezus er niet van genieten. Is het omdat Hij weet dat het juichen, het ‘Hosanna’, binnen enkele dagen zal omslaan in een ‘Kruisigt Hem’? En ondertussen zouden twee van zijn vrienden hem verraden: Judas en de kus. Petrus en de haan.

Judas heeft mij nogal eens bezig gehouden. Vooral dat moment van het verraad in de Hof van Getse­mané. Een paar dagen na de feestelijke intocht was Jezus in de Hof. Hij bereidde zich voor op wat zou komen. Toen was daar ineens Judas met een aantal soldaten. Judas liep naar Jezus toe en zei: “Rabbi”, en kuste Hem. Jezus vroeg: “Vriend, waarom ben je hier?” We horen verbazing en verdriet in Zijn stem. Zo’n verlammend gevoel dat je kan overvallen als je voelt of hoort dat de ander de vriendschap verbreekt.

“Vriend, waarom ben je hier?” In die vraag ligt een breek­punt. Waarom toch, Judas? Hoe is het mogelijk dat een man, die dag in dag uit met Jezus optrok, tot zo’n daad komt? Kwam het omdat hij de enige van de discipelen was die niet uit Galilea kwam. Is hij altijd die vreemdeling met het dialect gebleven? De opbrengst van het verraad was dertig zilverlingen, een heel bedrag. Je kon er mee handelen, een mens voor kopen. Ook verkopen… Het verradersloon brandt Judas in zijn handen en hij gaat ermee naar de tempel: Daar staat Hij in de tempel en machteloos gooit hij die zil­verlingen de tempel in. Hij kan geen kant meer op. Er was geen priester die er voor hem was. Eenzaam pleegde hij zelfmoord. En wie weet wat er door hem heen ging? Wat zijn laatste woorden waren?

Ik heb wel eens gedacht: Stel je voor dat Judas teruggegaan was naar Jezus en gezegd had: “Jezus, ik heb onze vriendschap verraden. Ik heb er vreselijk last van…”. Ik denk dat Jezus gezegd zou hebben: “Goed dat je teruggekomen bent, Judas, welkom!” Dat is vriendschap! Vriendschap is een hoge waarde